Je koelkast is een D-dos aanvaller….

De hackende leerling….. het onderwerp is momenteel booming business. Alleen al in mijn regio komen D-Dos-aanvallen met enige regelmaat voor. 

Is strafrecht de juiste oplossing? Jeugdstrafrecht misschien, aangezien het meestal weer geschrapt word als ze 18 jaar zijn geworden. De kids die gaan hacken hebben vaak het gevoel dat ze onaantastbaar zijn in de echte wereld. Er bestaan hacker spaces online, een soort van verenigingen voor hackers. Daarnaast heb je ook een soort van WarGames, zoals je ook in oude Shootergames kan vinden zoals Capture the Flags. 

Zoiets vinden leerlingen vaak al geniaal, omdat ze juist daar de waardering krijgen voor hun kunnen. Al gaat het hier om aandacht of punten die ze kunnen verzamelen. Eigenlijk moeten we leerlingen gaan informeren, of misschien wel beter gezegd gaan waarschuwen dat het allemaal niet zo rooskleurig is als het vaak wel lijkt. Bijna alles word gelogd, vastgelegd en doorgeven. Ja daar zijn omleidingen voor, die de kids ook weten te vinden. Maar wat als ze wel worden gespot, dan zijn de gevolgen vaak vele male groter dan word gedacht. Die kids kunnen hun energie misschien veel beter steken in hun vaardigheden tonen op een ethische manier. 

Heb je wel eens nagedacht over het feit dat je koelkast een D-dos aanvaller is, aangezien je tegenwoordig omringd word door slimme apparaten die allemaal aangesloten zijn met internet met hun eigen IP-adres. 

Ik zie het al helemaal voor me: mijn koffieapparaat op on-tijden koffie gaat maken, de temperatuur in mijn huis ‘chilling’ word gemaakt om tot slot mijn verlichting te laten flippen omdat er gebruik gemaakt word van de Phillips verlichting die via de telefoon te bedienen is. Laten kids leren hoe ze hun kennis beter kunnen inzetten voor ‘Ethical Hacking’ en ‘Hacking Games’ in plaats van Ddossen…. 

Advertenties

Is het eindproduct ‘echt’ het belangrijkste?

In de pauze had ik er al even over met Albert Lubberink over vaardigheden en de mogelijkheden erover in het huidige onderwijs. De leerlingen van het VO kunnen regelmatig niet eens een document uitprinten. Wat kun je nou van leerlingen verwachten en moet je dat niet meer gaan ontwikkelen. Zodoende ben ik toch maar bij de sessie 21ste-eeuw vaardigheden aangeschoven, met de sprekers Eugenie Zwangenburg & Cyril Rothkrantz. 

Eugenie verteld dat het in de evolutie het doodnormaal is dat er soorten verdwijnen en dat er nieuwe soorten ontstaan. Soms moet je je namelijk gewoon aanpassen aan de omstandigheden. Zo dus ook in het onderwijs. Zo heeft het Veurs Lyceum ‘Talentstromen’: drie om precies te zijn, sport, wetenschap en kunst/media. Ze geven dat vak 2 uur per week. 

Het kost enorm veel tijd, vertrouwen/ruimte, opleiding en inspiratie/teamwork om zoiets neer te kunnen zetten op een school. Maar waar draait het dan uiteindelijk om? Volgens mij gaat het vooral om hoe de leerlingen zo’n talentstroom ervaren. 

Het is voor de leerlingen erg belangrijk dat, als we het over 21ste eeuwse vaardigheden hebben, dat het proces van iets word beoordeeld. Het beoordelen van vaardigheden vereist namelijk een compleet andere instelling dan wat je als vakdocent bij formatieve toetsing zou doen. Daar kijk je toch eigenlijk alleen naar het eindcijfer, tenminste dat doen de meeste naar mijn idee. 

Zelf vind ik het proces ook veel belangrijker dan het eindproduct. Dat het eindproduct altijd ondergeschikt zou moeten zijn aan het proces. Vaardigheden zoals samenwerken, communiceren en probleemoplossend vermogen is toch iets wat leerlingen echt moeten ontwikkelen. Het zoeken naar oplossingen is voor sommige van hen echt onmogelijk. 

De vraag word gesteld of het niet een te abstract vak is voor leerlingen, want hoe kun je vaardigheden beoordelen? Voor iedereen is dat toch anders? Als er gesproken word over beoordelen, dan is het een lastig onderdeel, dat geeft Eugenie ook toe. Een Rubrics is daar bijvoorbeeld een oplossing voor om het voor leerlingen toch inzichtelijk te maken. 

Dan komt Cyril aan het woord…. en potver krijg gewoon zin om weer bezig te gaan met programmeren in de lessen. Hij geeft in het kort weer hoe de doorlopende leerlijn programmeren op het Veurs Lyceum. In de brugklas beginnen de leerlingen met nieuwe concepten ontdekken, stapsgewijs denken, de basis van ict-vaardigheden onder de knie krijgen. Dit gebeurd onder andere met de hulp van ‘Google sites’, uitvinden wat programmeren is? Heel veel oefenen, robotica en IFTTT. Om in de tweede klas verder te gaan met probleem decompositie (groter probleem in kleinere problemen opknippen) en uitbreiden van vaardigheden. Om in de derde klas het af te sluiten met toepassen van de aangeleerde vaardigheden om op die manier van alles te kunnen creëren. 

Om dit alles te kunnen beoordelen maak je gebruik van een Rubrics, die opgesplitst is in de vaardigheden Computational Thinking, ict-basisvaardigheden, probleem oplossen en creatief denken. Rubrics maken de beoordeling objectief, dat maakt het voor leerlingen gemakkelijker om in te zien dat ze beoordeeld worden op het proces i.p.v. het eindproduct. 

Dus de vraag die ik mezelf halverwege de sessie stelde: over hoe je de leerling motiveert om aan de slag te gaan met vaardigheden, is nu eigenlijk al beantwoord. Voor leerlingen, is het eindproduct, over het algemeen het belangrijkste onderdeel. Rubrics is daar dus volgens het Veurs Lyceum de oplossing voor. 

Als stagebegeleider herken ik dit wel, de Rubrics van de HAN geven een goede ondersteuning om de stagiaires goed te kunnen beoordelen. 

Ik geloof dat ik maar eens moet gaan babbelen met de collegae en management op mijn school, want wil hier eigenlijk wel mee aan de slag. We zijn aan de slag met talentstromen, maar bieden daar niet een specifiek vak voor aan. Iets wat het wel een completer beeld zou geven. 

Op de gang heb ik het er nog even over met een oud-collega. Al keuvelend hebben we het erover dat het misschien nog slimmer is om gewoon een eigen school op te zetten. Aangezien het huidige schoolsysteem teveel is vastgeroest in cijfergeving. Vaardigheden word eigenlijk niet eens naar gekeken. Iets wat ik bijzonder jammer vind. 

De ideeën borrelen boven, maar daarover meer een andere keer. 

Ga ook maar eens snuffelen op de codeweek site, op zoek naar de programmeer opdracht voor het programma IFTTT waar de leerlingen leren om hun telefoon zo in te stellen, dat die op stil gaat als ze de schoolpoort binnenkomen. 

Echt iets om eens in de mentorles te gaan doen  

Fouten maken is leuk….. en leerzaam!

Na lang wikken en wegen ben ik aangeschoven bij Don Zuiderman en Pauline Maas. Hoe leren kinderen logisch nadenken? Computational Thinking is volgens Pauline Maas daar de weg in. Het is leuk om te doen, maar het is ook iets wat in het passend onderwijs past. 

Don Zuiderman stelt: wat is nu precies Computational Thinking? Neem bijvoorbeeld de probleemstelling: Je hebt een paar weken de tijd om een missie naar Mars te organiseren. Dat is echt een complex probleem. En dat is zo groot, dat je niet eens weet, waar je zou moeten beginnen. Wat is nou eigenlijk stap 1 in dit proces. Maar goed, nu heeft hij het over een enorm groot probleem. Don Zuiderman maakt het probleem kleiner, wat als je een Bee-Bot moet inparkeren. Na veel proberen, is het uiteindelijk gelukt. Wat heb je dan precies geleerd van deze oefening? De meeste mensen zullen zeggen, dat ze de Bee-Bot kunnen inparkeren nu. Maar is dat nou hetgene wat je echt geleerd hebt? Is het niet meer dat je nu gezien hebt dat je mag klooien? Dat je mag uitproberen…. en als het niet lukt, is het geen enkel probleem, het is zelfs prima. Maar misschien heb je nu nog wel iets belangrijkers geleerd, namelijk dat als je het nogmaals probeert en het lukt niet, dat het nog steeds prima is. Mocht het nou wel lukken, dan ga je op zoek naar andere mogelijkheden. Dus ga je zelf op zoek naar ontwikkeling. 

Computational Thinking is dus het oplossen van problemen. Hoe kan je iets versimpelen dat iemand anders het ook zou kunnen oplossen. Vanuit de luisterende groep word gevraagd wat nou precies het verschil is tussen ‘Problem Solving’ en ‘Computational Thinking’. Ja wat is nou eigenlijk dat verschil, volgens mij gaat het bij computational thinking vooral om de digitale wereld. Het probleem oplossen is iets wat je kan zien in een groter geheel, computational thinking is daar onderdeel van. 

Het is een interactieve sessie dus we worden aan het werk gezet. Wij mogen iemand gaan programmeren, zodat diegene voor ons een boterham met hagelslag gaat smeren. Al snel word duidelijk dat de stappen niet altijd volledig zijn, voorzetsel ontbreken. Wij als mensen, werken nu eenmaal graag met voorzetsels, maar hoe gaan we dat dan oplossen? Door dingen zelf in te vullen maar daarbij vergetende dat een robot dit natuurlijk niet kan of doet. Eindconclusie is dan ook dat het erg lastig is om precies de stappen op te schrijven die nodig zijn voor het smeren van een boterham. 

Zelf heb ik de les nog nooit geprobeerd in de klas, maar kan me wel voorstellen dat het leerlingen triggert. Die zullen het extra goed willen doen of de robot willen spelen waardoor er foutjes vergroot zullen worden. Neem het mee als idee, dat sowieso. 

Terugkomend op wat computational thinking nou precies is? 

Computational Thinking is het denkproces waarmee problemen en hun oplossingen zo worden geformuleerd dat ze kunnen worden gepresenteerd in een vorm die effectief kon worden uitgevoerd door een informatie verwerkende tussenpersoon, zoals een computer of een mens of een combinatie van beide. – Wing 2011 –  

Bij mensen heb je echter altijd te maken met een eigen brein en de bijkomende emoties, zo word gesteld in de zaal. Dus is de verwoording van Wing juist? 

Computational Thinking is geen programmeren. Je kunt het inzetten in de lessen. Laat leerlingen een promotiefilmpje maken over een vak, de manier van werken of de school. Op die manier ontdekken ze welke stappen daarvoor nodig zijn. De filmpjes kunnen gedeeld worden op youtube. Het is iets wat ik al een jaar of vier toepas tijdens mijn lessen rondom de open dag. De leerlingen smullen ervan omdat ze zogenaamde vrijheid hebben, om te doen en te ontdekken wat ze zelf willen. 

Don Zuiderman besluit de sessie; 

Je zit op school voor kwalificatie, socialisatie en subjectivering. Die laatste is bijna het tegenovergestelde van socialisatie. Je wilt dat iemand zichzelf kan zijn, die zichzelf kan uitdagen. Als docent wil je heel graag voor de leerling zorgen, maar dat betekent ook dat je de leerling het zelf moet laten uitvogelen, over hoe het moet. Het gaat soms super traag, maar ze leren het wel. 

Pauline Maas voegt toe: 

Met kinderen is het belangrijk dat je niet alles voorkauwt. Ze moeten dingen zelf uitvinden. Zelf onderzoeken en kijken hoe ze dingen zouden kunnen oplossen. 

Als je dus lesgeeft aan kinderen, denk eraan,  houdt je handen op de rug. Laat ze het zelf doen, laat ze zelf kijken. Want als je het hele tijd voor ze doet, dan gaat het niet werken. Het is fijn en leuk dat je fouten maken mag! 

 

Onderwijsdag 2016

Twee weken geleden keek ik het programma van de congresdag po en vo eens door. Meteen merkte ik dat keuzes maken lastig gaat worden. Dus heb het even uitgesteld. Vanavond zit ik opnieuw te surfen. Definitieve keuzes maken blijft lastig. 

Ga ik in de eerste sessieronde naar “Computational Thinking in de klas. Niet nieuw, wel heel gaaf!” met de sprekers Don Zuiderman en Pauline Maas of dan toch naar “De toekomst van het onderwijs?” met spreker Richard van Hooijdonk. 

Nu heb ik die keuze nog steeds niet kunnen maken.  Computational Thinking triggert nieuwsgierigheid, wat zullen ze erover te vertellen hebben. Maar vooral, hoe kan IK het in mijn onderwijs een plekje geven, zoals ze in de intro-tekst vertellen. 

Maar ja, stond onlangs nog in “Kader Primair” met een artikel over VR in het onderwijs. Dus trekt de workshop van Richard van Hooijdonk mij ook. Ach ja, denk dat ik morgenvroeg in de auto maar eens een beslissing moet gaat nemen. Nog even uitstellen…. 

De tweede sessie maakt het qua aanbod niet makkelijker voor me. Neem nou “Onderwijs voor iedereen met Khan Academy”, flipping the classroom is voor mij een vast gegeven. Nieuwsgierig ben ik, naar hoe zij denken, over hoe de voortgang van leerlingen monitoren. Aangezien binnen mijn sectie hier heel verschillend over word gedacht. 

In dezelfde sessieronde komt ook “Ontwikkeling van onderwijs in 21-ste eeuwse vaardigheden en digitale vaardigheden in het bijzonder” voor. De discussie over de 21-ste eeuwse vaardigheden met in het bijzonder de digitale vaardigheden komt vaak voor. Het is een steeds belangrijker onderdeel in de samenleving, naar mijn idee blijft de ontwikkeling van de vaardigheden een beetje achter. De meeste scholen hebben geen ‘mediawijsheid’ vak, laat staan opdrachten om de 21-ste eeuw vaardigheden te mogen/kunnen ontwikkelen. 

Laat me dan ook het geluk hebben dat in diezelfde sessie ronde VR en AR weer voorkomt, dit keer dus ook met AR. Iets wat ik de laatste 3 jaar al met enige regelmaat gebruik in mijn lessen. Ik geloof in de mogelijkheden die AR kan bieden in het onderwijs, voor elk vak. Het doet echter vermoeden dat deze sessie alleen om demonstraties en concrete voorbeelden gaat, dus is het misschien niet iets voor mij om erbij te gaan zitten. Aangezien ik er al daadwerkelijk mee werk. 

Waar ik de laatste sessieronde naar toe ga? Eén springt er uit, vooral uit eigen ervaring “Hoe ga je om met de hackende leerling?” ben erg benieuwd wat Jarno van Lenthe hierover te vertellen heeft. Misschien vang ik nog nuttige tips op. 

Nu eerst maar eens de hond uitlaten en lekker onder de warme wol. 

Morgen word het érg vroeg dag…. 

Tot morgen!  #zinin 

De gefrustreerde vrouw…. #Blimage

De vrouw te midden van een testosteron menigte laat van haar horen. Haar onvrede straalt van het beeld af. Haar frustratie is duidelijk merkbaar. De mannen en vrouwen om haar heen, luisteren aandachtig, kijken haar direct en strak aan. Mijn gedachten verplaatsen zich naar het klaslokaal aan de overkant. Vanaf mijn bureau heb direct zicht op mijn overbuurvrouw. Ze heeft een volle klas leerlingen Het is vroeg in de ochtend. Er heerst onrust want een aantal leerlingen hebben ruzie onderling. Mijn collega verheft haar stem en probeert boven de onrustige groep uit te komen. De gehele groep kijkt haar strak aan. De actie heeft de aandacht getrokken, gespannen wachten de leerlingen af op wat er nu komen gaat.  

De leerlingen in mijn klas, die er niks van mee hebben gekregen, zitten nog ijverig gebogen over hun werk. Een leerling komt naar mijn bureau gelopen, ze heeft een vraag. Het gaat over de klimaatgrafiek. Uit haar vraag maak ik op dat ze de stof niet eerst zelfstandig heeft doorgelezen, ze probeert een antwoord te ontfutselen zonder zelf er energie in te stoppen.  Ik geef dit dan ook bij haar aan en ze begint te lachen. Ze geeft toe dat ze aan het gokken is, hopend dat ik alsnog het antwoord aan haar zal geven. Ik stuur haar terug, met de opdracht alles door te lezen. De opstand komt bij haar boven en ze wordt fel in haar woorden en voordat ze het zelf door heeft schreeuwt ze door de klas. In alle rust herhaal ik mijn woorden maar het komt niet langer bij haar binnen. In woede draait ze de bladzijde om. Ik geef haar aan om de bladzijde terug te draaien en aan de slag te gaan met die opdracht waarvoor ze bij mij kwam. Uiteindelijk kiest ze ervoor om te zwijgen, zich van me af te draaien en te mokken om de situatie. Mijn besluit is om haar te negeren, haar even te laten mokken in haar eigen wereldje. De les kabbelt verder, de leerlingen zijn druk met het onderzoeken van klimaatgrafieken en de verschillende klimaten in de wereld. De leerling komt aan het einde van de les naar me toe om haar excuses aan te bieden, ze kon makkelijk zelf het antwoord zoeken maar had hier geen zin in. Hopend dat ik snel een antwoord zou geven was ze bij mij gekomen.

Aangezien ik haar niet verder hielp hadden emoties de overhand genomen, niet correct, zo vond ze zelf. Het antwoord heeft ze uiteindelijk gevonden.  

Frustraties horen bij onderwijs. Frustraties van collega’s, frustraties van de leerlingen en frustraties van ouders. Het is een dagelijks terugkerend iets, de vraag is echter wat doe je met die frustraties, laat je ze vrij zoals de vrouw van deze afbeelding, of redigeer je het naar een nuttig doel. Zelf verkies ik het liefst het laatste, maar snap dat dit voor leerlingen soms een stap te ver is. Laat ze even razen, even mokken in hun wereld, het kwartje valt wel…. uiteindelijk. Al zullen ze het niet altijd toegeven zoals mijn leerling dit wel deed… 

Greenbay USA, a demostrator shouts as the Republican presidential candidate, Donald Trump, speaks at a campaign rally in Winconsin.

Precious moments….

Mevrouw ik vind het gewoon geweldig om les van u te hebben. Is het mogelijk om de volledige uren van u te krijgen. Dan krijg ik tenminste plezier in school.

“Maar waarom vind je het leuk om bij mij te zitten dan?”

U bent gewoon stoer, duidelijk, we weten waar we aan toe zijn. Weet je hoe relaxed dat is. Ja, u bent ook wel eens streng, maar ja, dat zou ik ook zijn met zo’n klas als ons. U doet het prima hoor…. Ga zo door….

“Nou uhmm, bedankt…..”

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑